Naam Grashoek
Algemeen
Kolenmijnen
in Grashoek?
1944 Landmijnen
Mathieu Smedts
RK Kerk Heilig Hart van Jezus
|
De
vroege geschiedenis Omstreeks
1900 bestond het grondgebied van het latere Grashoek uit hei, bossen en
moerassen. Ook waren er wat weilanden die dienden als hooiland voor de
maatschappij Helenaveen. |
|
|
Kolenmijnen
in Grashoek? In het begin van de vorige eeuw zijn er in Grashoek en de directe omgeving proefboringen geweest om vast te stellen of er ontginbare steenkool in de grond zat. Na eerst in 1906 in Helenaveen met succes steenkool is gevonden is, na meerdere boringen in de regio ook op de Maris, in Grashoek, in augustus 1913 met het boorwerk begonnen. Op 6 februari 1914 raakte op een diepte van 673 meter. het boortuig vastgeklemd en moesten er gedurende lange tijd, tot eind maart 1914, herstelwerkzaamheden verricht worden. Pas toen was het achtergebleven materieel, waardonder een diamantboor, weer geheel uit het boorgat verwijderd. [bron: De Moennik 27, door Peter Jacobs en http://www.theelen.info/[20080325] proefboringen te Helenaveen.htm |
|
|
De boortoren op de Maris in Grashoek De tekst op het paneel rechtsvoor op de foto luidt: Gluck
auf (klik op de foto voor een vergroting) |
|
|
In 1918 werd in Grashoek de Roomsch
Katholieke Parochie met een bijbehorende kerk gesticht. Grashoek is uitgegroeid tot een typisch jong dorp met een geheel eigen karakter. |
|
|
1944. Het mijnendrama in Marisbergen te Grashoek Tekst: Huub Kluijtmans, Grashoek. Onderdeel van de website van André Vervuurt September 1944 In Noord-Limburg worden de laatste Duitse verzetshaarden gebroken en zo de een na de andere plaats bevrijd. Helemaal gladjes verliepen deze bevrijdingsacties natuurlijk niet, want sinds september was in deze contreien van het front weinig beweging mede door het moeilijk te nemen peelgebied wat voor de geallieerde troepen een lastige hindernis was. Zo kwam dan voor Grashoek op 18 november 1944 een einde aan de 5 jarige bezetting. Soldaten van de 15de divisie infanterie bestaande uit Schotten verdreven de laatste Duitsers van de 7de divisie Fallschirmjäger welke hier al maanden stand hielden en in de bossen van de Marisbergen, westelijk van Grashoek, artillerie duels uitvochten met de Engelsen die tussen de kanalen van Meijel en Neerkant waren ingegraven. Tijdens dit terugtrekken werden een van de gemeenste van alle wapens ingezet nl. de voetmijn. De mijnen werden op het kruispunt en omgeving van de weg tussen Ontginningsweg en Helenaveenseweg bij begin Belgenhoek verspreid verborgen. Binnentrekkende troepen zagen bij het bereiken van deze plaats in dat het hier wel eens om een mijnenveld kon gaan, gezien de lokkertjes die hier her en der verspreid lagen. Zoals potten en pannen, een paar fietsen en ook een militaire baret welke mogelijk voor de Britten als souvenir gewild verzamelobject was. Deze truc werkte niet en het gehele bosgebied van de Marisbergen werd met linten afgezet en als verboden terrein bestempeld. Het was te gevaarlijk vanwege de mijnen en boobytraps die er lagen. Dat de geallieerden niet overal tegelijk de mijnen en ander wapentuig onschadelijk konden maken lag natuurlijk voor de hand en zo duurde het tot zaterdag 15 december 1944, dus vier weken na de bevrijding. Op deze dag zouden enkele leden van de familie Steeghs naar hun grond gaan welke achter het bos aan de westzijde van dit mijnenveld lag, om werkzaamheden te verrichtten. Jarenlang had men hiervoor de kortste weg genomen. Gewoon recht toe midden door het bos, maar nadat het gebied door linten was afgezet en als gevaarlijk gebied was bestempeld maakte men gebruik van de weg achterom, dus via de Helenaveenseweg – Belgenhoek (zie situatiekaartje). Ook bij de familie Steeghs was het verhaal van de fietsen op het mijnenveld bekend en werd wegens gevaar voor de mijnen angstvallig vermeden. Direct na de middag op deze 15de december vertrokken Piet, de jongste zoon, en Bertus naar de Belgenhoek. Terwijl z’n oudere broer Bertus het paard inspande ging Piet alvast vooruit om op de akker in de Belgenhoek te gaan helpen. Tegen alle waarschuwingen in ging Piet binnendoor om te kijken of er iets van zijn gading door de Duitsers was achtergelaten. Het noodlot sloeg toe. Piet trapte op een mijn en z’n been werd door de klap verminkt. Hevig bloedend en krimpend van de pijn schreeuwde hij om hulp, dat op diverse plaatsen rondom het bos werd gehoord. Zo ook door zijn oudere broer Bertus die reeds met paard en kar onderweg was bij de familie Toontje van Mullekom aan de Helenaveenseweg. Hij riep tegen de daar aanwezigen: Als dat m’n broer Piet maar niet is. Martien Bellemakers uit Neerkant en Sjaak Vervuurt sprongen op de kar bij Bertus om mee hulp te gaan verlenen. Zij werden nageroepen door Duif van Mullekom. “Ga er in godsnaam niet naar toe, veel te gevaarlijk, waarop Martien Bellemakers weer van de kar sprong en aan het werk ging. Jac Vervuurt beloofde Duif van Mullekom niet van de kar te gaan. Zo voeren Bertus en Jac naar de plek des onheils. Daar troffen zij de zwaargewonde Piet aan. Vanaf dit moment komt alles in een stroomversnelling. De knal van de mijn en het daarop volgende hulpgeroep had namelijk meer mensen bereikt en er was van alle kanten hulp onderweg. Onder andere Hubert Houben kwam te voet aangelopen en trok zich niets aan van de waarschuwingen om te blijven waar hij was en niet dichterbij te komen. Hij ging naar Piet toe om hem bij het mijnenveld weg te dragen. Bij Piet aangekomen stapte hij ook op een mijn. Met een enorme knal sloeg zijn ………been eraf. Nu lagen er twee slachtoffers in het mijnenveld. Bertus Steeghs en Sjaak Vervuurt keerden paard en kar en zette achter uit richting Piet en Houben. Bij Piet aangekomen lukte het hen warempel om hem op de kar te trekken zonder er zelf van af te stappen. Daarna reden ze terug vanwaar ze vandaan gekomen waren. Opnieuw sloeg het noodlot toe. Het paard van Bertus stapte op een mijn en werd gewond aan een been. Het dier begon te springen en wild op en neer te slaan. Er was geen houden meer aan. Er werd besloten dat Sjaak Vervuurt van de kar zou stappen en de sleger, dit is een aanspansel wat voor het paard door steekt los te maken, waardoor het dier zich uit de kar zou kunnen bevrijden. Sjaak zou door het karrenspoor lopen omdat daar theoretisch geen mijnen zouden liggen. Bij het losmaken van de sleger bleek precies op de rand van het karrenspoor toch een mijn te liggen, de redders waren er bij het achteruit rijden rakelings langs gereden. De mijn werd door Sjaak Vervuurt geraakt waardoor deze explodeerde. Door de slag werd Sjaak teruggeworpen en viel op zijn zij op een tweede mijn. De gevolgen waren verschrikkelijk. Sjaak, 24 jaar oud, was op slag dood. Naast het verminkte lichaam van Sjaak stond de kar waarop twee zwaargewonden en Bertus en een paard ervoor dat gewond was. Ze konden geen kant meer op. Omstanders durfden vanwege het gevaar van zovele mijnen niet meer naderbij te komen. Toen kwam er hulp van Hein van Mullekom. Hij had z’n paard ingespannen en reed naar het mijnenveld. Keerde paard en kar en zittend op zijn knieën manoeuvreerde hij zijn kar terug langs de kar van Bertus welke nog steeds door het gewonde paard heen en weer geslingerd werd. Het lukte Hein en Bertus de twee gewonden over te laden op z’n kar. Ook Bertus kon via deze kar het mijnenveld verlaten. Hein gaf z’n het bevel aan te rijden. Een van de grote spaakwielen van z’n Brabantse kar reed op een mijn. De houten spaken vlogen voor een deel uit het wiel, maar het lukte toch uit het mijnenveld weg te komen. Met een omweg reden ze door de wegbermen en akkerland om de gewonden het schokken en stoten door het kapot geslagen wiel zoveel mogelijk te voorkomen. Zij reden naar de boerderij van Houben. Daar was inmiddels in allerijl verpleegkundigen opgetrommeld. Rode Kruis wagens van het Britse leger brachten hen naar het ziekenhuis in Weert, dat ook in bevrijd gebied lag. Intussen was het levenloze lichaam van Sjaak Vervuurt, het gewonde paard van Steeghs en een kadaver van een hond in de tussentijd ook op een mijn gelopen, op het mijnenveld achtergebleven. De schok van dit ongeluk dompelde de betroffen families en de gehele omgeving in rouw, verbittering en machteloze woede. Het werd voor de familie Vervuurt een ondragelijke nacht daar het lichaam van Sjaak niet geborgen kon worden. Pas de dag erop zou Engelse hulp ter plekke zijn om met detectors het mijnenveld te ruimen. Zondag 17 december 1944 ’s morgens om 9 uur begonnen de Britten met het afzoeken en onschadelijk maken van de mijnen. Ook het paard, dat nog steeds op de grond lag en met een been slaande bewegingen maakte, werd met een paar welgemikte schoten door de Britten uit zijn lijden verlost. Het levenloze lichaam van Sjaak Vervuurt dat de gehele nacht in het mijnenveld was blijven liggen werd door de Britten op een brancard gelegd en afgevoerd. Het zoeken ging door tot het invallen van de duisternis de Britten noopte verder zoeken te staken. Het reeds afgezochte deel werd met lint afgezet. De soldaat die dit deed knoopte eerst het lint aan een boom links van de weg, stak vervolgens de weg over en liep in de richting van een boom aan de overzijde. Hij bukte zich, maakte nog een pas en trapte op een mijn die over het hoofd was gezien. Een been van de soldaat werd afgerukt. Andere soldaten snelden toe om hulp te bieden. Weer ontplofte een mijn, die beide benen van een soldaat verwoestte. In twee dagen twee drama’s op Marisbergen. Een dode en 4 zwaargewonden was de trieste balans van 15 en 16 december en nog was de ellende op deze onheilsplek nog niet afgelopen. Twee verdere slachtoffers zouden volgen. Weken later op zondag 13 januari 1945 ging Willem Driessen, een jongeman uit Grashoek, ook nog eens op de plek des onheils rondsnuffelen of er nog iets van zijn gading te vinden was. De mijnen op de weg en in de berm waren door de Britten geruimd, maar in de bosrand lagen er nog enkele verborgen. Een van deze mijnen ontplofte toen Willem er met z’n voet op ging staan. Ook hij verloor een been. Hulp kwam toen niet opdagen omdat op deze zondagmiddag niemand de knal hoorde. Met de moed der wanhoop is Willem op een zij richting bewoonde wereld gekropen en het lukte hem de zandweg van Houben naar van Mullekom te bereiken, waar bij toeval Niek Houben passeerde, die het gekreun van Willem opmerkte en alarm sloeg. Dat de technische middelen en de tijd de Engelsen ontbraken, bleek uit het feit dat Ampers Naad ziene Jan, Jan Gielens, destijds jachtopziener te Grashoek, nota bene één jaar na dato, 1 februari 1946 tijdens zijn rondgang door de bossen te Grashoek op een mijn trapte die enkele tientallen meters verderop in het jonge dennenbos verstopt was en zo zwaar gewond raakte dat hij de nacht erop aan zijn verwondingen bezweek. Naar men aannam betrof het hier een zwaarder type mijn las bij de andere slachtoffers. Nog een saillant detail was hier dat een week voor dit ongeval een drijfjacht had plaats gevonden welke de jagers door dit stuk bos voerde in de veronderstelling dat er niets meer lag. Bij toeval is iedereen langs deze en eventueel nog meerdere verborgen mijnen gelopen. Tot tientallen jaren na de oorlog, ja zelfs tot op heden ten dage zijn er nog mensen in Grashoek die voor geen goud hier door het inmiddels oudere dennenbos durven te lopen, uit angst dat er nog steeds mijnen aanwezig kunnen zijn. Dit verhaal is opgemaakt uit de monden van nog levende getuigen en de heemkundevereniging. Misschien dat een plaquette met de namen van de slachtoffers en een beknopte tekst wandelaars en andere passanten er aan kan doen herinneren wat zich op deze plek heeft afgespeeld. Dit verschrikkelijk gebeuren illustreert nog eens welk een gemeen wapen mijnen zijn. Heden ten dage worden duizenden mensen elk jaar gedood of verminkt over de gehele wereld, vaak nadat een oorlog al jaren voorbij is. Ook in het dorp Grashoek was met de bevrijding nog geen eind gekomen aan het lijden. Een hoge tol moest betaald worden voor de vrijheid. Deze plek in de bossen van Marisbergen getuigt daar van. Er staat een veldkruis op de plaats waar het drama zich afspeelde. De vertellers zijn: Niek Houben, zoon van Hubert; Rein Vervuurt, broer van Sjaak; Wim van Mullekom, getuige waar Bertus Steeghs alarm sloeg. |
RK Kerk
|